Waarom ‘Kreukel’?
‘Kreukel’ gaat over de kreukelzone. Vouwen, rimpels, plooien. In de lappenmand liggen. Kleuren buiten de lijntjes. Niet voldoen aan wat de samenleving ‘normaal’ vindt. ‘Kreukel’ is verwant aan het Engelse ‘cripple’ en het Duitse ‘krüppel’ – kreupel. Vroeger scheldwoorden, maar steeds vaker terug opgeëist door mensen die dit stempel krijgen opgedrukt. Door ons.
‘Kreukel’ beschrijft allerlei manieren waarop je het leven kunt ervaren. Chronisch ziek, Doof en slechthorend, gek, verstandelijk beperkt, blind en slechtziend, neurodivergent, lichamelijk gehandicapt… ‘Kreukel’ is breder dan ‘kreupel’, omdat het niet alleen over fysieke handicaps gaat. Je hebt geen dokter of diagnose nodig om jezelf ‘Kreukel’ te mogen noemen.
‘Kreukel’ gaat over trots zijn op wie je bent. Het gaat over solidariteit, elkaar steunen, ook als je uitsluiting op een andere manier ervaart. Het gaat over zijn wie je bent, zelf bepalen, meedoen op gelijke voet. ‘Kreukel’ is een manier van doen, denken en leven. Weten dat er altijd mensen zoals wij zijn geweest. Dat we samen een geschiedenis hebben, een cultuur, een verhaal.
‘Kreukel’ is een uitnodiging. Het gaat namelijk over ons allemaal. In Nederland leeft één op de zes mensen met een handicap of chronische aandoening. Hoe ouder je wordt, hoe groter de kans dat jij er ook mee te maken krijgt. Meedoen is een mensenrecht, zegt het VN-verdrag Handicap. Om die mensenrechten van papier naar praktijk te brengen, hebben we elkaar nodig.
De wortels van het Nederlandse woord ‘Kreukel’ gaan ver terug. In 1993 vond in Maastricht Eur*Able plaats: de eerste Europese conferentie voor en door mensen met een handicap. Agnes van Wijnen liet in die tijd T-shirts drukken met daarop de tekst ‘Kreukel: Mooi Anders’. Maar ook in de jaren ‘70 was er in Zoetermeer al een cabaretgroep van mensen met en zonder handicap die zich ‘De Kreukels’ noemden. Als Kreukelcollectief bouwen we dus verder op de schouders van de mensen voor ons. Om op onze beurt weer een brug te slaan naar de toekomst.


